Vanaf de parkeerplaats loopt een weg naar een fiets- en wandelbrug over De Boezem. Net vóór deze brug ga je rechtsaf een fiets-/wandelpad op, dat direct langs het water loopt.
Het pad volgt De Boezem en biedt een rustig uitzicht op het omliggende polderlandschap. Na ongeveer 15 minuten wandelen langs dit pad kom je een bijzondere steen tegen.
Langs het wandelpad staat een steen met de inscriptie 'AT'. De herkomst en betekenis van deze markering zijn niet direct duidelijk, wat de plek een mysterieuze en historische uitstraling geeft. Voor wandelaars en liefhebbers van lokale geschiedenis is dit een interessant detail om even bij stil te staan.
De provinciale weg N214 loopt van Oud-Alblas richting Nieuw-Lekkerland en Streefkerk en vormt het startpunt van een mooie korte wandeling langs het water. Deze route combineert historisch landschap, rust en een klein mysterie: een steen met de inscriptie “AT”.
Vanaf Oud-Alblas gaat de N214 eerst over het riviertje de Alblas, ter hoogte van de bekende bocht ‘De Krom van Nel’. Na ongeveer 2 kilometer kruist de weg het water ‘De Boezem’.
Vlak vóór de brug over De Boezem kun je rechtsaf slaan naar een parkeerplaats. Dit is een handig startpunt voor een korte wandeling of fietstocht in dit gebied.
Volg de weg die niet blijft waarheen hij is
Verdwijn langs het pad dat wijkt
van het rechte in een landschap
dat boven zichzelf zich verheft
Fietser geniet van de breuk in de ?
Ga op in de kronkels van de vrijheid
Vergeet wie je bent, wie houdt je tegen?
Mijn geboortestad is een echte stad én een vestingstad. Al in 1382 kreeg Gorinchem stadsrechten van Otto van Arkel. Daarmee werd de stad de hoofdplaats van het Land van Arkel, een vrij en onafhankelijk gebied tussen Holland en Gelre.
De inwoners kregen het recht op zelfbestuur. Er werden een schout en schepenen aangesteld en Gorinchem verkreeg het marktrecht, wat de economische en bestuurlijke positie van de stad versterkte.
Rond 1412 werd Gorinchem veroverd door graaf Willem VI van Holland. Vanaf dat moment maakte de stad deel uit van het graafschap Holland en wordt Gorinchem sindsdien als ‘Hollands’ beschouwd.
De huidige vestingwerken dateren uit 1642, maar de aanleg begon al eerder. Na de uitvinding van het buskruit bleken de middeleeuwse stadsmuren onvoldoende bestand tegen moderne oorlogsvoering.
Vanaf 1584 werd daarom gestart met de bouw van nieuwe vestingwallen. Deze bestaan uit elf bastions en vormen tot op de dag van vandaag een belangrijk en herkenbaar onderdeel van het stadsbeeld.
Meer interessante informatie over de 'Gorcumse' limietpalen vind je hier.
De vestingwallen waren militair terrein. Om de grenzen van dit gebied aan te geven werden limietpalen geplaatst. Deze palen dragen de letter ‘O’, een verwijzing naar het Departement van Oorlog, later het Ministerie van Oorlog.
Op andere plaatsen in Nederland komen ook limietpalen voor met de inscriptie MvO. Het Departement van Oorlog werd opgericht in 1813, twee jaar vóór de val van Napoleon. In 1843 ging dit departement officieel over in het Ministerie van Oorlog.
Opvallend is dat er in 1843 nog eikenhouten limietpalen werden besteld. Dit terwijl de rijksoverheid op dat moment al had besloten om gietijzeren grenspalen te plaatsen langs de rijksgrens met België.
Deze maatregel volgde op de Belgische Opstand van 1830 en de daaropvolgende Tiendaagse Veldtocht tegen koning Willem I. Wanneer de eikenhouten palen in Gorinchem uiteindelijk zijn vervangen door stenen exemplaren is niet bekend.
'Ad' tipte me over een gemeente grenssteen op de grens van Menheerse (Middelharnis) en Sommelsdiek (Sommelsdijk) op het Zuid Hollandse eiland Goeree-Overflakee.
De steen staat hier al langer en is nu tegen grafity, hondenpis en cafegangersbraaksel beschermd door een persiplex behuizing.
Hierdoor laat de steen zich best moeilijk fotograferen, reflectie en schaduw kennen zo hun eigenaardigheden.
© Op alle foto's rust het auteursrecht.
Vraag s.v.p. vooraf om toestemming als je foto's gebruiken wilt.©